Beste Tess,

Wat een levensverhaal! Ik ben benieuwd in hoeverre de Indische achtergrond van je ouders op jou van invloed is? Daar mag je me wel meer over vertellen. Wat mij verder opviel in je brief was dat jouw ouders en grootouders een heel andere geschiedenis hebben dan die van mij. Jij komt uit een familie die al een paar generaties studeert. Ik kom uit een arbeidersfamilie. Dit verschil in het verleden, bepaalt ook wel het verloop van de toekomst. Voor jou is het vanzelfsprekend om te studeren. Voor de nakomelingen van mijn opa is dit een weg die we nu bewandelen.

Om in te gaan op jouw vragen. Je wilde meer weten over mijn Berber – zijn.
Laat ik maar eerst beginnen met je te vertellen dat ik zelf aan het googlen moest om het een en ander te weten te komen over mijn eigen achtergrond. Ik ben natuurlijk hier geboren, dus zoveel weet ik niet over Marokko. Mijn ouders hebben me ook niet zo veel verteld over onze achtergrond. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik wil gaan werken in Marokko om zo meer te weten te komen over het land waar ik vandaan kom.
Ik ben blij te horen dat je Marokko een fantastisch land vind. Zelf ken ik maar een klein deel van het land. Tijdens mijn vakanties was ik altijd alleen bij mijn familie in Berkane, Nador of Kebdane, plaatsen die liggen in het noord-oosten van het land. We gingen met het gezin dan naar het strand Saïdia en zo brachten we onze vakantie door. Saai eigenlijk, niet? Daarom wil ik een rondreis in Marokko maken om het land en de mensen beter te leren kennen. Dat is dan ook de reden waarom ik nu een tijdje in dat land wil gaan werken.

Briefwisseling – Kaart berbers

Maar om terug te komen op je vraag over de Berbers. De oorspronkelijke bevolking van Marokko werd gevormd door de Berbers of wel de Imazighen. Pas in de achtste eeuw kwamen de Arabieren naar Marokko. De officiële taal in Marokko is nu het (standaard) Arabisch. Het standaard Arabisch wordt op de scholen onderwezen en wordt in vrijwel alle schriftelijke en officiële communicatie gebruikt in Noord Afrikaanse landen. De meest gesproken taal in Marokko is een dialect van het Arabisch, het Marokkaans-Arabisch (Darija). Nou zoals je in Nederland Fries en Limburgs hebt heb je in Marokko 3 Berber-dialecten: Tarifit/Riffijns -dit is het dialect dat mijn familie spreekt, Tamazight en Tashelhiyt. Deze dialecten worden op verschillende plekken in Marokko gesproken. Een groot deel van de Marokkanen die in de jaren 60 en 70 naar Nederland kwamen om te werken komen uit het Tarifit/Riffijns gebied waar mijn familie dus ook vandaan komt. Op de kaart zie je de gebieden waar de 3 berberdialecten worden gesproken: Geel is Tarifit/Riffijns (Dit dialect spreek ik); Paars  is Tamazight; Blauw is Tashelhiyt.

In je brief, Tess, schreef je iets dat ik niet begreep. je zei dat je dacht dat je niet bevooroordeeld was tegenover Marokkanen maar later in je verhaal zei je: ‘Na mijn bezoek aan Marokko kreeg ik wel een positievere kijk op Marokkanen’. Kun je me uitleggen hoe je dat precies bedoelt?

Je vroeg me verder, Tess, of ik moslim ben. De islam is voor mij niet een kwestie van een keuze maar het hoort bij het gezin waar ik in geboren ben. Dat zie je ook bij sommige christenen: je bent katholiek omdat je familie katholiek is. Zelf belijd ik de islam zo goed als ik kan. Ik bid niet 5x per dag maar aan de Ramadan doe ik wel mee.

Een andere vraag van je, Tess, ging over de vraag of mijn vader verslaafd is. Dat is hij niet. Hij gebruikte alleen drugs en drank van de winst die hij maakte. Dit deed hij met het geld van de zaak. Waarom hij dat deed, kan ik je niet vertellen. Mensen gebruiken toch over het algemeen drugs om iets te ontvluchten? Ik vermoed dat hij niet blij was met hoe zijn leven was op dat moment. Dit zou ik eventueel binnenkort misschien kunnen vragen aan hem; kijken hoe hij hier op zal reageren.
Mijn vader woont nu op zich zelf, gewoon hier in Nederland, en mijn moeder ook. Ze leven gescheiden wat natuurlijk in de Marokkaanse cultuur geen gewoonte is; maar goed zo bont heeft hij het wel gemaakt.
Hij komt geregeld over de vloer bij mijn moeder vanwege mijn broertjes. De kinderen zijn bij hun moeder blijven wonen. Dat gaat goed. Mijn vader heeft geen andere partner, net als mijn moeder.

Een andere vraag van je ging over de sportlessen die ik aan een homosportclub geef. Je wilde weten of ik zelf ook homo ben. Nee, dat ben ik niet maar een broer van mij is het wel. Hij woont om die reden ook in het buitenland. Hij wil zijn homo-zijn liever ver van de familie houden omdat hij het zelf moeilijk vindt. Hij is –in tegenstelling tot mij- wel helemaal opgegroeid binnen de Marokkaanse cultuur; hij heeft tot zijn 14e bij opa en oma gewoon in Marokko. Hij heeft het wel moeilijk met homoseksualiteit.
Zelf accepteer ik het homo-zijn van mijn broer. Dat is ook de reden waarom hij mij dat als eerste en misschien nog steeds als enige van de familie heeft verteld. Ik ben de enige van de familie die dat geen punt vind. Dit komt natuurlijk weer door Maaike en Jan, mijn twee vroegere Nederlandse buren bij wie ik kind aan huis was. Maar over mijn lessen aan de homosportclub: Toch moest ik er, toen ik op mijn zeventiende, als student lichamelijke opvoeding, werd gevraagd om training te geven aan homomannen wel eerst even over nadenken. Het was een grote stap. Ik zou in contact komen met een groep mensen waar mijn familie vrij vijandig tegenover staat. Maar lang duurde het niet en ik nam de beslissing dat ik de lessen zou geven. Ik was toen al gewend om mijn eigen beslissingen te nemen en van Maaike en Jan had ik geleerd dat homo’s net als hetero’s ook gewone mensen zijn.
Het is wel zo dat ik thuis heel lang niet verteld heb aan wie ik training gaf. Pas na een paar jaar voelde ik me vrij om daar op een luchtige manier over te vertellen.

Je was verder, Tess, ook nieuwsgierig naar de band die ik met mijn ouders, broers en zussen heb. Vroeger was de band met hen niet anders dan bij anderen die ik kende. Ik ben lang het jongste kind thuis geweest en werd daardoor wel wat voorgetrokken. Mijn vader had wel weinig pedagogisch inzicht. Zo was hij een keer gefrustreerd of boos om het een of ander en hij gooide zo een slipper met een houten zool naar me toe.
Maar enfin, verder waren we een gewoon gezin. Na mijn kennismaking met Maaike en Jan en hun zoontje Simon veranderde ik wel.In de loop der jaren begonnen de effecten van het contact met dat gezin zichtbaar te worden voor mijn familie en daar werden wel de nodige opmerkingen over gemaakt. Als ik bijvoorbeeld een korte broek boven mijn knieën droeg dan vond ik dat heel normaal maar in de cultuur van mijn familie is dat niet goed; de korte broek moet tot over je knieën zijn. Het gaat dus om dat soort kleine zaken maar ook om het feit dat ik liever Nederlands praten en geen Marokkaans en veel Nederlandse vrienden hebben en geen Marokkaanse vrienden.
Over dit soort zaken zei mijn familie: “wat zijn dat voor Nederlandse manieren”? Dit was gek want ik voelde me nog steeds Marokkaans. Als gevoelige jongen deden de opmerkingen van mijn familie me ook zeker wat. Ik vond ze beledigend en ik trok het me ook aan omdat ik wist dat ik niets verkeerds deed. Hierdoor veranderde de band met mijn ouders, zussen en broers en werd die minder hecht. Dat vond ik niet leuk maar ik kon er weinig aan veranderen. Voor mij bijvoorbeeld is er niets bijzonders aan homo-zijn maar voor hen is het onacceptabel. Vroeger kon ik moeilijker over deze verschillen praten, nu lukt het me beter. Ik merk dat ik het ook makkelijker vind om te accepteren hoe ik denk en daardoor kan ik het ook makkelijker uitleggen.

Ik verwachtte wel, Tess, dat je zou vragen of ik een partner heb. Nee, ik heb geen partner en dat vind ik lastig. Ik heb 3 jaar een relatie gehad met een Antilliaans meisje. Die relatie hield op rond mijn tweeëntwintigste. Mijn vriendin ging toen na een verblijf van 9 jaar in Nederland terug naar Curaçao. Zij was mijn derde vriendin maar de eerste van wie ik echt heb gehouden. Dat gaat niet zomaar over…

Zoals je vertelde was ik van de zomer voor een sportprogramma naar Zuid – Afrika. Het was een waanzinnige ervaring weer. Ik begrijp niet waarom ik in het buitenland zo tot bloei kom. Ik heb dit ook meegemaakt toen ik voor een sportproject in Brazilië zat. Het lijkt wel alsof bij mij in het buitenland zoveel meer energie vrijkomt. Misschien is dat omdat men mij daar accepteert zoals ik ben, met je tekortkomingen, gebreken en mijn sterke punten.
In totaal ben ik 5 weken in Zuid –Afrika geweest. De eerste 4 weken heb ik sportlessen gegeven op een basisschool en in de laatste week heb ik gereisd door het land. Als de jongens met wie ik het project deed en ik in die laatste week niet hadden gereisd, dan zouden we nooit het complete beeld van Zuid- Afrika hebben gehad. Wat is dat een prachtig land! Er is een tour die ’the garden route’ heet en die hebben wij gedaan. Het leek wel alsof we een reis maakte door Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk, Spanje, Portugal, Nieuw- Zeeland en Australië. Wat heeft Zuid-Afrika toch een beeldschone natuur.

Maar nu over jou. Wat leuk dat je in Canada zit voor je studie! ik heb alle uitstapjes naar het buitenland als fantastisch ervaren. Het ging niet altijd even gemakkelijk, maar uiteindelijk kwam het altijd wel weer goed. Hoe beleef jij je verblijf in Canada?
Ook ben ik heel erg benieuwd naar jouw kijk op Marokkanen. Wat is jouw mening over Marokkanen? Je begrijpt dat ik niet om dit onderwerp heen kan binnen onze maatschappij. Ondanks het feit dat ik me in de verste verte niet aangesproken voel op het moment dat er over de vervelende Marokkaan gesproken wordt, ben ik er ook een.
Verder ben ik benieuwd naar de kringen waar jij in verkeert. Uit welke lagen van de maatschappij komen jouw vrienden? Ga je veel om met Indische vrienden of heb je alleen Chinese vrienden? Ik heb een internationale vriendenkring. Hoe zit dat bij jou?
Wat is je politieke keuze en waarom? Aan welke sport doe je? En heb jij een partner?

Groetjes,

Adil, Amsterdam december 2009

Site kaart: http://nl.wikipedia.org/wiki/Berbers

In het buitenland kom ik tot bloei. Brief 2 van Adil aan Tess
Getagd op: