Verlies van sociale ritmes
Hoeveel verlies aan sociale ritmiek kan een mens verdragen? Vaste werk- en slaapritmes, vaste winkelsluitingstijden, de zondagsrust, de vrije woensdagmiddag en landelijke schoolvakanties maken meer en meer plaats voor ‘flexibele tijden’. Zo zijn we onderweg naar een toekomst waarin alles op elk moment van de dag of week gedaan kan worden en waarin ieder voor zichzelf kan kiezen wat hij of zij op welk moment doet of nalaat. Maar laat ons lichaam en ons sociale leven zich wel zo gemakkelijk herprogrammeren?

Flexibilisering van tijd
Die flexibele tijden lijken beter te passen bij de hedendaagse man/vrouwverhoudingen. Ouders van nu willen beiden werken én bijdragen aan de opvoeding van de kinderen. Ze verwachten zorg en werk beter op elkaar te kunnen afstemmen als werktijden, school- en winkelsluitingstijden flexibel worden.
Maar het overboord gooien van vaste ritmes is niet zonder risico’s. Zo kan tijd niet langer als excuus dienen om iets niet te doen. In een door ‘flextijden’ geregeerde wereld heeft de uitspraak dat de dag erop zit, dat het klokje zeven slaat, dat woensdag ‘papadag’ is, of dat het zondag is, weinig gezag. Er is geen autoriteit meer buiten het eigen ‘ik’ waar we ons op kunnen beroepen als we iets op een bepaald tijdstip niet willen doen. Of juist wel willen doen. De secretaresse die aan het einde van de dag een spoedklus op haar bureau krijgt, kan zich niet verschuilen achter de crèchetijden, de crèche is immers altijd open.

Aritmie
Flexibilisering kan aritmie tot gevolg hebben. Gezamenlijke ritmes van rust en activiteit, stilte en lawaai, feest en alledag maken plaats voor een veelheid aan niet op elkaar afgestemde individuele beslissingen over wanneer ieder wat doet. De optelsom van individuele tijdsbeslissingen brengt dan niet meer als vanzelf een ritmisch geheel voort. Over elke afspraak wanneer wat te doen, moet eindeloos worden overlegd. En dat kost weer kostbare tijd, zoals de gemiddelde flexwerker weet.
Het verdwijnen van sociale ritmes leidt daarnaast tot een afname van het aantal gemarkeerde rustmomenten. Wanneer we op elk moment kunnen werken, en er geen vanzelfsprekende momenten meer zijn waarop niet wordt gewerkt, valt de afbakening tussen werken en niet-werken weg. Het risico op burn-out neemt toe, zeker als ambitie en competitie belangrijke motoren zijn om hogerop te komen. Zonder rustmomenten kunnen mensen zich letterlijk doodwerken. Maar ook werklozen hebben steeds minder excuses tot hun beschikking om te zeggen dat ze iets niet kunnen doen of ergens niet heen kunnen. Het wegvallen van gezamenlijke rustmomenten leidt ertoe dat we van elkaar gaan verwachten dat we steeds vaker beschikbaar zijn. Om de telefoon op te nemen, de e-mail te lezen of nog even dat dringende klusje te doen.

Lekker snel. En lekker langzaam
Wat is het voordeel van een goede ritmiek?
Hard werken, ons haasten, duizend dingen tegelijk doen kan een prettig soort energie geven, mits we dat afwisselen met pauzes waarin lichaam en geest kunnen herstellen. De slaap zorgt voor regeneratie van de hersenen, de stofwisseling en het immuunsysteem. Een rustige avond helpt om een streep onder de stress van de dag te zetten. De lunch geeft ademruimte tussen drukke werkzaamheden. Een wekelijkse dag om op te laden, de ‘accudag’, helpt om afstand te nemen van de dagelijkse beslommeringen. ‘Lekker snel’ en ‘lekker langzaam’ wisselen elkaar af. Haast, maar ook onthaasting zijn niet meer nodig.
Periodieke afwisselingen hebben ook het voordeel dat ze betekenis geven aan het bestaan. De markering van uren en dagen – als werkdag, als accudag of als het wekelijkse borreluur – en de herhaalde viering van deze momenten geven het leven betekenis. Eenmaal gemarkeerd weten we wat ons wanneer te doen staat.
Daarnaast geeft ritmische afwisseling een gevoel van continuïteit. Door bijzondere momenten te hernemen in een nieuw moment rijgen we een eigen geschiedenis aaneen. We doorbreken de alledaagsheid door bij herhaling een bijzonder moment te vieren: een geboortedag, een sterfdag of de dag waarop het ‘aan’ raakte. Het ritme waarin we momenten hernemen is doorslaggevend voor wie we zijn.

Nieuwe ritmes
Hoe kunnen we ons weren tegen het verlies aan gezamenlijke ritmes? Terug naar de voltijdse werkweek voor de man en de flexibel daaromheen gedrapeerde huishoudelijke en zorgtaken voor de vrouw is geen optie meer. We staan voor de uitdaging om nieuwe ritmes uit te denken en deze in de praktijk uit te proberen. Te denken valt aan nieuwe manieren om de week in te delen, bijvoorbeeld door een vast rustmoment midden in de week in te lassen en het weekend wat korter te maken. Aan nieuwe manieren om een wekelijkse rustdag (de ‘accudag’) in te vullen. Aan nieuwe ritmes voor het gebruik van sociale media. Ook zouden we gezamenlijke feestdagen meer kunnen gebruiken om de feesten van alle religies en gezindten te vieren. Dit soort nieuwe ritmes zijn niet in één keer te bereiken; ze zullen in overleg met werkgevers, vakbonden, overheid, scholen, maatschappelijke en religieuze organisaties, partner en kinderen geleidelijk tot stand moeten komen.

Een ander tijdsbegrip
Ongemerkt zal in het experimenteren met nieuwe ritmes, of het op nieuwe manieren hernemen van oude ritmes, ook een nieuw begrip van tijd ontstaan. Het gevolg kan zijn dat de kloktijd zoals wij die kennen op een bepaald moment minder belangrijk wordt.
Wellicht willen nieuwe generaties liever dan de tijd weten wat het ritme is.

Tekst: Marli Huijer

Dit stuk is geschreven op basis van mijn boek Ritme. Op zoek naar een terugkerende tijd. Zoetermeer: Klement, 2011.

Lekker snel. En lekker langzaam
Getagd op: