Fred A. Dwarshuis studeerde economie en bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij werkte jarenlang als consultant aan land- en tuinbouwontwikkelingsprojecten in Latijns Amerika. Vanaf 1988 is hij ondernemer in de groene/duurzame sector, eerst 15 jaar in Spanje, daarna in Nederland, in combinatie met een part time docentschap economie.
Hoe verhoudt u zich als econoom tot de stellingen in het interview met Marli Huijer?
De stellingen van Marli Huijer over onze huidige samenleving zijn mij uit het hart gegrepen. Economie gaat over de verdeling van schaarse middelen. Hoewel de mens nog nooit zoveel vrije tijd had (door allerlei hulpmiddelen in de huishouding; het aantal werkuren in een week is over de jaren sterk verminderd; na een kort bezoek aan de supermarkt staat het eten op tafel, in plaats van na een dag lang jagen op wild), raken steeds meer mensen in de stress vanwege “te weinig tijd”. Plotseling is tijd nu een schaars goed geworden, althans wordt aldus ervaren.
Marli Huijer toont haarfijn aan dat door het wegnemen van steeds meer (bio)ritmen in ons dagelijks bestaan (door de 24-uurs economie, individualisering door steeds minder bemoeienis van de overheid of religie op ons privé-bestaan), veel van onze energie verloren gaat aan het voortdurend moeten maken van keuzes en aan overleg met anderen over wat moet gebeuren. De mens heeft steeds minder houvast en wordt er moedeloos van. En zeker niet gelukkiger.
Als er een vaste tijdsordening is (vanwege een bioritme) hoeft niet steeds de vraag gesteld te worden of iets zinvol is om te doen: dat levert een enorme winst aan (vrije) tijd.
Tijdens mijn eerste studiejaar in Rotterdam, viel het op dat de wedstrijdroeiers, ondanks het grote aantal uren dat zij staken in trainingen, zonder uitzondering goede studieresultaten behaalden. Dit kwam eenvoudigweg omdat zij zeer gestructureerd, volgens een vast ritme, leefden.
Na mijn eerste studiejaar was ik met een vriend een handelsonderneming begonnen. Deze ontwikkelde zich stormenderwijs. Na het openen van ons vierde kantoor was er geen tijd meer voor de studie, zeker niet toen mijn compagnon, die strafrecht studeerde, op stage ging in de gevangenis van Scheveningen. Plotseling moest ik het bedrijf alleen runnen. Al mijn reeds behaalde vakken voor mijn kandidaats, met “houdbaarheidsdatum” van één jaar, vervielen. Alleen een “examenregeling” (een hele week ’s ochtends en ’s middags tentamens en álles halen) was er nog om alsnog dat kandidaats te halen. Ik heb mij toen met een medestudent gedurende drie weken opgesloten in het huis van diens neef, in Purmerland, in het platteland van Noord-Holland. We stelden een Spartaans studieregiem in. Van 7.00 uur ’s ochtends tot 23.00 uur ’s avonds studeren, met slechts pauzes voor sport (hardlopen), koken en eten en een paar keer in de week een voetbalwedstrijd van Nederland tijdens het WK. Dankzij de duidelijkheid van dit regiem dat geen ruimte liet voor keuzes, heb ik het kandidaats alsnog gehaald…
U stelt dus eigenlijk dat er een (hoge) prijs is voor onze vrijheid om de dingen naar onze hand te zetten?
Het voortdurend zelf kunnen kiezen lijkt ons ultiem geluk op te brengen. Maar is dit waar?
Wie is er uiteindelijk beter af: het 15-jarige meisje in het agrarisch dorp in achter Mongolië van wie haar ouders haar echtgenoot al hebben uitgekozen, die op haar 18e haar gezin gaat stichten en verder nog lang en (gelukkig?) leeft? Of wij westerlingen, met onze vele echtscheidingen en toenemende vereenzaming in de samenleving?
Maar is het inrichten van ons leven volgens bioritmen wel wetenschappelijk verantwoord?
De economie, maar bijvoorbeeld ook de geneeskunde, houdt op geen enkele wijze rekening met biologische ritmen. Want daarmee rekening houden wordt gemakkelijk afgedaan als “onwetenschappelijk”. Ons wetenschappelijk denkmodel is gebaseerd op een maakbare samenleving en is veelal gericht op resultaten die wij wensen. Wij bepalen zelf wat “logisch” is. Die resultaten blijken uiteindelijk een illusie. Dit komt door onze zelfoverschatting. Als wij nederiger zouden zijn, meer het oor te luisteren zouden leggen bij de natuur, zouden wij beter af zijn…
Tekst: Fred Dwarshuis
Beeld 1: Anne Tjin