‘Na een universitaire opleiding in Zagreb op het gebied van kleding- en textielontwerp vond ik een baan bij het vrouwentijdschrift Svijet. Hiernaast was ik styliste bij de televisie. Ik had het naar mijn zin. Kleding heeft me altijd al gefascineerd. Al in mijn kleuterjaren was ik met kleding bezig. In een populair kindertijdschrift Politikin Zabavnik zat er bij elk nummer een kartonnen pop met papieren kleertjes. Dat vond ik fantastisch en ik opende een eigen winkeltje aan huis waarin ik zelfgemaakte kleertjes voor deze poppen begon te verkopen. Toen al hoorde ik regelmatig van volwassenen om mij heen dat ik talent had op het gebied van kledingontwerp.

Na mijn afstuderen werd ik lid van de Kroatische Vereniging van Kunstenaars. Toen de oorlog in aantocht was, in 1991, werden de leden van deze vereniging opgeroepen om mee te gaan vechten. Dat zag ik helemaal niet zitten en ik besloot het land uit te gaan. De etnische tegenstellingen die er werden aangewakkerd, riepen afkeer bij me op. Kort voor mijn vertrek dronk ik koffie met een oude vriend, een fotograaf. Hij was opeens zo van haat vervuld dat hij de wens uitte om het hele watersysteem te vergiftigen met als doel de Serviërs in één keer uit te roeien.

De dagen voor mijn vertrek heb ik rondgelopen in rode kleren. Rood was de kleur van het communisme. Plotseling had het communistische verleden volledig afgedaan ten gunste van een enorme haat tegen alles wat anders was. Met het dragen van rode kleren wilde ik mijn niet-Kroatische vrienden ondersteunen die nu werden onderdrukt.
Bij mijn vertrek naar Amsterdam zei een vriend van wie ik afscheid nam dat ik bedacht moest zijn op twee zaken in het nieuwe land, namelijk Serviërs en aids. Een paar maanden later liet ik hem weten dat ik nog steeds geen aids had, maar intussen wel midden in Amsterdam een Servische man was tegengekomen die mijn geliefde was geworden.

In Nederland werd ik geholpen door vele mensen. Onder andere via de kraakbeweging kwam ik aan onderdak. Toen de oorlog in Joegoslavië eenmaal een feit was, werden de gevluchte Joegoslaviërs opgeroepen en kregen ze in korte tijd een definitieve asielstatus. Er heerste toen in Nederland een totaal andere sfeer tegenover vreemdelingen dan nu.

In mijn eerste periode in Nederland heb ik freelance gewerkt o.a. voor Frank Govers. Ik heb toen in mijn ogen nogal kitscherig borduurwerk gemaakt voor zijn ontwerpen.

Soms zaten daar wel duizend kralen in. Bij het borduurwerk maakte ik gebruik van oude technieken die ik kende uit mijn geboortestreek. In Bosnië, waar ik vandaan kom, heb je oude handwerktechnieken met Turkse invloed. Dit kantwerk wordt Keranje genoemd. Het is kant gemaakt van zijde. Deze traditie wordt nog steeds in ere gehouden in Bosnië.

Na mijn komst naar Nederland leek het me al gauw een goed idee om naar de Rietveld Academie te gaan, onder meer om een netwerk op te bouwen. Ik had immers al een hele studie achter de rug. Wat ik daar vooral op het vakgebied geleerd heb, is oude concepten los te laten.
Met mijn huidige partner, ook iemand van Servische afkomst, heb ik intussen een bedrijf in unica´s en kleine series voor kinderen en volwassenen. We maken o.a. kleding, sieraden, mutsen, vazen, bloemen en speelgoed. Alles is handgemaakt en van natuurlijke materialen. Ons bedrijf heet Mumami (www.mumami.nl) Vrouwen in Bosnië, vaak beschadigd door de oorlog, zijn nauw betrokken bij onze productie. Mijn partner en ik maken de ontwerpen en de Bosnische vrouwen voeren het grotendeels uit. Het unieke karakter wordt zo geaccentueerd en bewaard.

Het ontwerpen en naaien van kleding voor vrouwen heb ik nooit losgelaten. De afgelopen jaren heb ik bruidsjurken ontworpen en uitgevoerd naast kleding voor andere speciale

gelegenheden. Dit waren allemaal unica´s. Bij mijn bruidsjurken speelt handwerk altijd een grote rol. Daarnaast vind ik het erg belangrijk dat de door mij ontworpen kleding comfortabel zit. In tegenstelling tot sommige ontwerpers is het mij niet alleen te doen om mijn eigen smaak. Ik wil vooral de innerlijke schoonheid van de draagster, haar persoonlijkheid, versterken.

Ik ontwerp en maak bovendien graag kleding voor de opera. Het laatste grote werk was voor de kameropera Vita Nova, dat het verhaal vertelt van een ongelukkige liefde. Voor deze voorstelling heb ik vijf jurken ontworpen en gemaakt die de zangeres aan het begin over elkaar droeg. Bij cruciale scenes deed ze er steeds een uit. Uiteindelijk stond ze in een korte witte jurk. De eerste van de vijf, een rode jurk, kwam, nadat ze hem had afgedaan, als een wolk in de lucht te hangen.

Als ik het zo over vrouwenkleding heb, merk ik het verlangen bij mezelf om weer eens een hele collectie voor vrouwen te ontwerpen. Misschien is het inmiddels tijd om op zoek te gaan naar die mogelijkheden.

Tekst: Asmira Salkanovic en Redactie

Mode gespot – Asmira Salkanovic: ik wil de kracht van vrouwen benadrukken
Getagd op: